Die vraag stellen wij vandaag aan u, mevrouw de minister, en aan de Vlaamse Regering. Een jaar na de start van de Vlaamse Regering blijft het onduidelijk welke richting de ouderenzorg uit moet. Intussen zijn de gevolgen van het beleid wel voelbaar. Er werden besparingen aangekondigd van 30 miljoen euro in de woonzorgcentra en 30 miljoen in de thuiszorg, recent aangevuld met nog eens 16 miljoen euro minder middelen voor bewoners met een hogere zorgnood. Dat betekent gemiddeld 45 euro minder subsidies per bewoner, per maand. Tegelijk zegt de overheid dat er “nog vet op de soep zit” en worden reserves die woonzorgcentra opbouwden voor renovatie en investeringen afgeroomd.
Deze beslissingen treffen een sector die nu al onder grote druk staat. Vlaanderen vergrijst, de zorgvragen worden complexer en de financiële en personele uitdagingen groeien. Toch ontbreekt vandaag een duidelijke toekomstvisie: een plan voor betaalbare woningen, sterke thuiszorg, ondersteuning voor mantelzorgers én kwalitatieve woonzorgcentra wanneer thuiswonen niet meer kan. In de plaats daarvan zien we bijkomende besparingen, bijkomende controles en minder ruimte om kwaliteitsvolle zorg te blijven bieden.
De woonzorgsector kijkt de uitdagingen recht in de ogen en schuift oplossingen naar voren. Wat we vragen, is eenvoudig: een helder en gedragen plan, met realistische middelen en vertrouwen in de zorgverleners die elke dag klaarstaan voor onze ouderen. Want het basisrecht op menswaardige zorg mag nooit ter discussie staan. Daarom stellen we de vraag luid en duidelijk:
Wat is ’t plan, mevrouw de minister?


